Andalusië foto 2

Gouden Eeuw

Met het huwelijk van Ferdinand en Isabella zou de Gouden Eeuw van Spanje worden ingeleid, een tijd dat Spanje een hoofdrol in de werelgeschiedenis zou gaan vervullen. Spanje beleefde het hoogtepunt van haar macht na de troonsbestijging van Karel I, in Nederland beter bekend als Karel V, keizer van het Habsburgse rijk. Naast koning van Spanje en Keizer van het Habsburgse rijk, bezat Karel nog talloze titels. Zijn bezittingen bedroegen Spanje, de Lage landen, het Heilige Roomse rijk, talloze Italiaanse graafschappen, Bourgondië en de Spaanse koloniale rijken in de Nieuwe Wereld.

Het leek haast een onmogelijke opgave voor de in Gent geboren Karel om dit multinationale en multi-etnische rijk bijeen te houden. Karel moest voor de Castilianen een hun Castiliaanse heer zijn en voor de Lage Landen hun Vlaamse of Hollandse heer. De nieuwe koning moest dus voortdurend balanceren tussen regionalisme en universalisme.

Al snel werd hij door gevaren omringd. In Duitsland brak de reformatie uit, Spanje zelf kreeg te maken met een opstandige burgerij en vanaf de Noord-Afrikaanse kusten loerde het gevaar van een nieuwe Moorse invasie, dit keer door de Turken. Doordat buiten Spanje voortdurend onlusten uitbraken had Karel V een voortdurende honger naar goud en zilver. Zelfs de rijkdommen die van de Nieuwe Wereld via de haven van Sevilla richting Karel V stroomden, waren niet genoeg; het meeste goud moest meteen doorgesluisd worden naar bankiers en andere schuldeisers van de Spaanse Kroon.

Het ‘Spaanse Europa’ viel langzaam uit elkaar terwijl uitputtende oorlogen de schatkist van Spanje sneller leeg roofde dan deze gevuld kon worden. In Spanje zelf bleef het, ondanks de verpletterende druk van belastingen, relatief rustig. Karel bouwde een van de modernste bureacratieën op en Sevilla kon zich door de handel met de overzeese gebiedsdelen ontwikkelen tot een bloeiende handelsstad.

Sevilla

Sevilla zou lange tijd de grootste en belangrijkste stad van Spanje zijn. Tijdens de Moorse periode bouwden de islamieten de indrukwekkende Giralda, de minaret die later gebruikt werd als kerktoren van de katholieke kathedraal. In de 13 de eeuw werd Sevilla de politieke hoofdstad van het christelijke Castilië onder de vorst Alfonso X. Hij, en zijn opvolgers lieten herhaaldelijk het Alcázar van Sevilla, dat nog stamde van de Moorse tijd, ombouwen tot een schitterend koninklijk onderkomen. De koningen huurden hier Moorse bouwmeesters (Mudejar) voor in waardoor het Paleis het aanzien van een Arabisch bouwwerk heeft. Strakke indeling van de zalen, ingangen met de typerende Arabische hoefijzervorm worden gecombineerd met oogverblindend kleurrijk keramiekwerk en geometrische patronen.

Aan het begin van de 16 de eeuw is Sevilla verreweg de grootste stad van Spanje. Het is na Parijs en Napels de derde stad van Europa. Doordat Sevilla de zetel wordt van het Casa de Contratacion, de instantie dat het monopolie bezat op de handel en contacten met de Zuid Amerikaanse bezittingen van Spanje, wordt Sevilla de belangrijkste handelsstad van Spanje. Goud, zilver en specerijen kwamen de haven in en wol en luxegoederen verlieten diezelfde haven weer.