Andalusië foto 4

Granada

Granada was al lang een relatief grote stad in Al-Andalus maar pas met de komst van de Nasriden in de 13 de eeuw werd de stad de belangrijkste van het islamitische Spanje.

Na de inname van Sevilla in 1248 was het tot het einde van de Moorse heerser in Spanje in 1492 de grootste stad van islamitisch Spanje en tevens de hoofdstad van het Nasridische sultanaat. De stad werd rijk door de hoge opbrengst van de vruchtbare gronden in de valleien rondom Granada en de handel langs de zuidkust tussen de Nasriden en de Islamitische gebieden in Noord-Afrika. De rijkdom van de Nasriden wordt belichaamd door de paleisstad, het Alhambra, dat zij bouwden op de plaats van een oude islamitische burcht uit de 9de eeuw.

Het gezicht op het complex wordt bepaald door vele torens en vestingmuren die vanaf een heuvel hoog boven Granada uittorenen. Veel torens en poorten van de stadsmuur zijn al monumenten op zich. Binnen in de ketting van muren en torens bevinden zich de prachtige paleizen en tuinen die Ismail I, Yusuf I en Muhammed V lieten verrijzen in de 14 de eeuw, de bloeitijd van het Nasridische sultanaat.

Het Alhambra, de paleisstad, was het administratieve – en machtscentrum van het sultanaat tot in 1492 het katholieke Spanje de moren uit Granada verdreef. In feite was het Alhambra een stad op zich. Doordat steeds meer islamitische steden veroverd werden door Castilië besloten veel moren hun heil in Granada te zoeken. Door deze toestroom van vluchtelingen nam de omvang van Granada sterk toe, waardoor in de 15 de eeuw het Alhambra door een gordel van voorsteden werd omsloten.

Het Alhambra is te verdelen in drie sectoren. Één voor de huisvesting van de elitetroepen van het sultanaat en de lijfwacht van de sultan. Vanaf de heuvel waarop het Alcazaba stond, kon, Granada makkelijk worden beschermd. Een ander gedeelte van het Alhambra bestond uit de paleizen die de sultans hadden laten bouwen. Het derde deel van het Alhambra was de Medina. Dit functioneerde als huisvesting van de hofhouding, administratie en handwerkslieden.

Het is niet verwonderlijk dat de nieuwe katholieke heersers zwichtten voor prachtige paleizen en weelderige tuinen en vijvers van het Alhambra. Zij maakten van het Alhambra een van hun koninklijke residenties. Het Alhambra werd grotendeels intact gelaten, alleen een Moskee werd afgebroken. Karel V bouwde in het Alhambra een eigen paleis, dit paleis is op zichzelf een van de mooiste voorbeelden van de Europese renaissance bouwkunst. Het Alhambra heeft door zijn pracht en praal eeuwenlang aantrekkingskracht uitgeoefend op koningen en reizigers en is waarschijnlijk daardoor nauwelijks door de tand des tijds aangetast.

Het hoogtepunt van het Alhambra is het kwartier waar de paleizen in staan. De paleizen worden gekenmerkt door een sobere buitenkant, maar overweldigende interieuren en prachtige patio's gebouwd om tuinen, bassins en fonteinen. Veel patio's hebben open galerijen en arcaden de rond een tuin of vijver zijn heengebouwd. De bogen van de galerijen hebben de bekende hoefijzervorm en zijn versierd met Arabische plantenmotieven en geometrische patronen. De interieuren zijn overweldigend en versierd met gekleurd tegelwerk. Daarom is het niet verwonderlijk dat het Alhambra is een van de hoogtepunten van de Spaans-islamitische architectuur.